eXTReMe Tracker


HOME

Gastenboek
Om Ugchelse Kei de Kei 

Om de Kei nummer: 73. Uit De Bron van woensdag 12 februari 1997, 34e jaargang nummer 3.

Vorige Index Volgende
OPRISPEN.
Er zijn er drie verdwenen. Nu verdwijnt er wel meer, zult u zeggen en als je beter oplet, dan weet je waar je spullen zijn gebleven. Maar ik wil helemaal niet over spullen praten; het gaat in dit geval over personen. In een relatief korte periode zijn in de gemeente Apeldoorn drie wethouders verdwenen, die alle drie iets hadden met Ugchelen. Ik zal proberen, ze weer in de herinnering terug te roepen. Weet u nog, die mijnheer Ben Gruben, die heeft een paar jaar geleden, ook in februari, gezegd in Ugchelens Belang (en géén Ugchels Belang), dat in datzelfde jaar nog de schop de grond in zou gaan voor een nieuw zorgcentrum. Weg ermee, dacht toen de politiek en Gruben was uit. Ugchelen heeft hem geen goed gedaan. De vervuilde grond van de motorblokkensloper is er nu nog.
De volgende wethouder was mevrouw Mia de Jong. Zij had iets met sociale zaken van doen en kwam daarvoor ook naar het Ugchelense verenigingsgebouw. Zij kwam in Ugchelen het ambitieuze project: Sociale Vernieuwing openen. Weet u het nog? Met de onthulling van het mooie, door mijnheer Siersma gemaakte bord "Park Batenburg", dat in plaats van het bord "de hoge Vonder" is gekomen. Na de opening van de sociale vernieuwing ging wethouder de Jong daarop in de politieke sociale vernieling en vervolgens gebeurde er niets op dit gebied.
Nummer drie was de wethouder mevrouw Lies Mulderij. Die kreeg eens een bepaald verkeersplan voor Ugchelen aangeboden, wat vervolgens na lange overlegvergaderingen met de toenmalige Dorpsraad in de la der vergetelheid

werd geduwd. Na een hernieuwde Dorpsraad, een hernieuwde enquŕte en hernieuwde besprekingen over de verkeerssituatie en hernieuwde toezeggingen hoor je er in Ugchelen vervolgens niets anders meer over dan: "We zijn er mee bezig". Het klinkt zuur, maar als je zo een jaar of wat verder bent, met gemeentelijke afdelingen en een wijkco÷rdinator, die volgens eigen zeggen erg hun best doen en er gebeurt vervolgens niets, dan moet er toch een instantie zijn, die daar wèl wat aan doet? Dan ligt toch de uiteindelijke verantwoording in de persoon van de wethouder? Nu wil ik natuurlijk niet beweren, dat alle drie genoemde wethouders hun Waterloo in Ugchelen hebben gevonden, maar ik wil alleen het feit opsommen, dat er voor Ugchelen belangrijke zaken aan de orde waren bij deze mensen. Zo is er niet alleen een Waterloo-pleinmarkt, maar ook een Waterloo-slagveld voor wethouders in Ugchelen. Dit wil ik alleen maar aanhalen, opdat er later geen geschiedvervalsing optreedt.
Misschien zult u nu beweren, wat denkt die Uwe Kijker wel, zo belangrijk is Ugchelen niet; daar zal geen wethouder op sneuvelen. Zo is het ook niet gebeurd; er waren andere, (misschien) veel belangrijkere zaken aan de orde om een wethouder te doen sneuvelen. Dat ben ik met de betwijfelaar eens. Maar de niet uitgevoerde werken in Ugchelen blijven de nieuwe wethouders oprispen. Of ze iets of niets doen, het leven gaat door. Alles gaat voorbij; de herinnering is het enige, wat blijft.

"Uwe Kijker"
Deze tekst wordt elke veertien dagen met toestemming overgenomen uit het Ugchelense Kerk- en Nieuwsblad "DE BRON".

Vorige Index Volgende

Copyright © 1996 -
Uwe Kijker / DE BRON / Gert Woutersen